Uiterlijk in de loop van periode 2 (liefst eerder!) moet je
je definitieve onderwerp hebben vastgesteld. Zorg ervoor dat je onderwerp niet
te algemeen of te vaag is, maar zo precies mogelijk.
Dit is het weblog van de CKV-klas van meneer Gerrits op het RML. Hierop kun je je vorderingen bijhouden voor de meesterproef waarmee je het vak CKV gaat afsluiten.
dinsdag 9 december 2014
3. Esmee en Fabienne: onderzoeksvragen
Als je eenmaal je onderwerp hebt vastgesteld, ga je
een of meer onderzoeksvra(a)g(en) stellen. Wat wordt je centrale
onderzoeksvraag? (bijv. Zijn de werken van Jeff Koons kunst of kitsch? / Is
graffiti kunst of vandalisme? / Waarom raken mensen ontroerd door het werk van Rothko?
/ Wat is het effect van muziek bij film? / …) Welke nevenvragen wil je stellen?
4. Esmee en Fabienne: culturele activiteiten
Welke culturele activiteiten ga je ondernemen voor
je meesterproef? Noteer hier welke voorstellingen je gaat bezoeken (vertel
wanneer je ze gereserveerd hebt) en/of welke andere activiteiten je gaat
uitvoeren (bijv. wandeling langs gebouwen, beeldenroute, bezoek modeshow, …).
Je kunt ook een korte impressie geven van wat je gezien of gedaan hebt.
5. Esmee en Fabienne: onderzoek vooraf
Ga nu eerst op zoek naar informatie die nuttig is
ter voorbereiding van je meesterproef. Hierbij kun je denken aan websites van
het toneel/dans/cabaretgezelschap dat je gaat bezoeken, recensies van de
voorstellingen die je gaat bezoeken, informatie over een architect/kunstenaar
of over de betreffende kunstdiscipline. Noteer hier minimaal de (precieze!)
links (dus niet: wikipedia of zo) die je hebt bezoekt en geef liefst ook aan
wat voor informatie je er gevonden hebt. Stel zonodig je onderzoeksvragen bij
naar aanleiding van wat je gevonden hebt.
6. Esmee en Fabienne: onderzoeksvorm en presentatie
Noteer hier hoe je je onderzoek gaat uitvoeren en
presenteren. Ga je bijvoorbeeld het publiek en/of de kunstenaar interviewen? Ga
je een workshop volgen? Ga je een powerpoint of prezi tonen of maak je liever
een documentaire? Wil je met de klas een locatie bezoeken (heel tijdig
aangeven!)? Ga je een maquette bouwen of een expositie houden?
7. Esmee en Fabienne: vragen
Heb je ondanks al het bovenstaande nog gerichte
vragen aan je docent? Zit je nog te twijfelen tussen verschillende opties en
heb je behoefte aan advies? Stel dan hier je vragen.
1. Eva: eerste oriëntatie
Zolang je nog geen vastomlijnd idee hebt over wat je met je
meesterproef wilt doen, kun je hier een aantal interessegebieden noteren. Kijk
goed naar het aanbod van de verschillende kunstinstellingen, theaters,
bioscopen e.d. om inspiratie op te doen. Welke disciplines (toneel, film,
muziek, mode, dans, enz.) zou je in je meesterproef willen betrekken en welke
onderwerpen (bijvoorbeeld oorlog, verboden liefde, eten en drinken, reclame,
reacties van publiek/omwonenden, …) trekken je belangstelling? Je docent en
klasgenoten kunnen reageren en je suggesties doen, als je dat wilt.
2. Eva: vaststelling van het onderwerp
Uiterlijk in de loop van periode 2 (liefst eerder!) moet je
je definitieve onderwerp hebben vastgesteld. Zorg ervoor dat je onderwerp niet
te algemeen of te vaag is, maar zo precies mogelijk.
3. Eva: onderzoeksvragen
Als je eenmaal je onderwerp hebt vastgesteld, ga je
een of meer onderzoeksvra(a)g(en) stellen. Wat wordt je centrale
onderzoeksvraag? (bijv. Zijn de werken van Jeff Koons kunst of kitsch? / Is
graffiti kunst of vandalisme? / Waarom raken mensen ontroerd door het werk van
Rothko? / Wat is het effect van muziek bij film? / …) Welke nevenvragen wil je
stellen?
4. Eva: culturele activiteiten
Welke culturele activiteiten ga je ondernemen voor
je meesterproef? Noteer hier welke voorstellingen je gaat bezoeken (vertel
wanneer je ze gereserveerd hebt) en/of welke andere activiteiten je gaat
uitvoeren (bijv. wandeling langs gebouwen, beeldenroute, bezoek modeshow, …).
Je kunt ook een korte impressie geven van wat je gezien of gedaan hebt.
5. Eva: onderzoek vooraf
Ga nu eerst op zoek naar informatie die nuttig is
ter voorbereiding van je meesterproef. Hierbij kun je denken aan websites van
het toneel/dans/cabaretgezelschap dat je gaat bezoeken, recensies van de
voorstellingen die je gaat bezoeken, informatie over een architect/kunstenaar
of over de betreffende kunstdiscipline. Noteer hier minimaal de (precieze!)
links (dus niet: wikipedia of zo) die je hebt bezoekt en geef liefst ook aan
wat voor informatie je er gevonden hebt. Stel zonodig je onderzoeksvragen bij
naar aanleiding van wat je gevonden hebt.
6. Eva: onderzoeksvorm en presentatie
Noteer hier hoe je je onderzoek gaat uitvoeren en
presenteren. Ga je bijvoorbeeld het publiek en/of de kunstenaar interviewen? Ga
je een workshop volgen? Ga je een powerpoint of prezi tonen of maak je liever
een documentaire? Wil je met de klas een locatie bezoeken (heel tijdig
aangeven!)? Ga je een maquette bouwen of een expositie houden?
7. Eva: vragen
Heb je ondanks al het bovenstaande nog gerichte
vragen aan je docent? Zit je nog te twijfelen tussen verschillende opties en
heb je behoefte aan advies? Stel dan hier je vragen.
1. Inés: eerste oriëntatie
Zolang je nog geen vastomlijnd idee hebt over wat je met je
meesterproef wilt doen, kun je hier een aantal interessegebieden noteren. Kijk
goed naar het aanbod van de verschillende kunstinstellingen, theaters,
bioscopen e.d. om inspiratie op te doen. Welke disciplines (toneel, film,
muziek, mode, dans, enz.) zou je in je meesterproef willen betrekken en welke
onderwerpen (bijvoorbeeld oorlog, verboden liefde, eten en drinken, reclame,
reacties van publiek/omwonenden, …) trekken je belangstelling? Je docent en
klasgenoten kunnen reageren en je suggesties doen, als je dat wilt.
2. Inés: vaststelling van het onderwerp
Uiterlijk in de loop van periode 2 (liefst eerder!) moet je
je definitieve onderwerp hebben vastgesteld. Zorg ervoor dat je onderwerp niet
te algemeen of te vaag is, maar zo precies mogelijk.
3. Inés: onderzoeksvragen
Als je eenmaal je onderwerp hebt vastgesteld, ga je
een of meer onderzoeksvra(a)g(en) stellen. Wat wordt je centrale
onderzoeksvraag? (bijv. Zijn de werken van Jeff Koons kunst of kitsch? / Is
graffiti kunst of vandalisme? / Waarom raken mensen ontroerd door het werk van
Rothko? / Wat is het effect van muziek bij film? / …) Welke nevenvragen wil je
stellen?
4. Inés: culturele activiteiten
Welke culturele activiteiten ga je ondernemen voor
je meesterproef? Noteer hier welke voorstellingen je gaat bezoeken (vertel
wanneer je ze gereserveerd hebt) en/of welke andere activiteiten je gaat
uitvoeren (bijv. wandeling langs gebouwen, beeldenroute, bezoek modeshow, …).
Je kunt ook een korte impressie geven van wat je gezien of gedaan hebt.
5. Inés: onderzoek vooraf
Ga nu eerst op zoek naar informatie die nuttig is
ter voorbereiding van je meesterproef. Hierbij kun je denken aan websites van
het toneel/dans/cabaretgezelschap dat je gaat bezoeken, recensies van de
voorstellingen die je gaat bezoeken, informatie over een architect/kunstenaar
of over de betreffende kunstdiscipline. Noteer hier minimaal de (precieze!)
links (dus niet: wikipedia of zo) die je hebt bezoekt en geef liefst ook aan
wat voor informatie je er gevonden hebt. Stel zonodig je onderzoeksvragen bij
naar aanleiding van wat je gevonden hebt.
6. Inés: onderzoeksvorm en presentatie
Noteer hier hoe je je onderzoek gaat uitvoeren en
presenteren. Ga je bijvoorbeeld het publiek en/of de kunstenaar interviewen? Ga
je een workshop volgen? Ga je een powerpoint of prezi tonen of maak je liever
een documentaire? Wil je met de klas een locatie bezoeken (heel tijdig
aangeven!)? Ga je een maquette bouwen of een expositie houden?
7. Inés: vragen
Heb je ondanks al het bovenstaande nog gerichte
vragen aan je docent? Zit je nog te twijfelen tussen verschillende opties en
heb je behoefte aan advies? Stel dan hier je vragen.
1. Isabel en Tiuri: eerste oriëntatie
Zolang je nog geen vastomlijnd idee hebt over wat je met je
meesterproef wilt doen, kun je hier een aantal interessegebieden noteren. Kijk
goed naar het aanbod van de verschillende kunstinstellingen, theaters,
bioscopen e.d. om inspiratie op te doen. Welke disciplines (toneel, film,
muziek, mode, dans, enz.) zou je in je meesterproef willen betrekken en welke
onderwerpen (bijvoorbeeld oorlog, verboden liefde, eten en drinken, reclame,
reacties van publiek/omwonenden, …) trekken je belangstelling? Je docent en
klasgenoten kunnen reageren en je suggesties doen, als je dat wilt.
2. Isabel en Tiuri: vaststelling van het onderwerp
Uiterlijk in de loop van periode 2 (liefst eerder!) moet je
je definitieve onderwerp hebben vastgesteld. Zorg ervoor dat je onderwerp niet
te algemeen of te vaag is, maar zo precies mogelijk.
3. Isabel en Tiuri: onderzoeksvragen
Als je eenmaal je onderwerp hebt vastgesteld, ga je
een of meer onderzoeksvra(a)g(en) stellen. Wat wordt je centrale
onderzoeksvraag? (bijv. Zijn de werken van Jeff Koons kunst of kitsch? / Is
graffiti kunst of vandalisme? / Waarom raken mensen ontroerd door het werk van
Rothko? / Wat is het effect van muziek bij film? / …) Welke nevenvragen wil je
stellen?
4. Isabel en Tiuri: culturele activiteiten
Welke culturele activiteiten ga je ondernemen voor
je meesterproef? Noteer hier welke voorstellingen je gaat bezoeken (vertel
wanneer je ze gereserveerd hebt) en/of welke andere activiteiten je gaat
uitvoeren (bijv. wandeling langs gebouwen, beeldenroute, bezoek modeshow, …).
Je kunt ook een korte impressie geven van wat je gezien of gedaan hebt.
5. Isabel en Tiuri: onderzoek vooraf
Ga nu eerst op zoek naar informatie die nuttig is
ter voorbereiding van je meesterproef. Hierbij kun je denken aan websites van
het toneel/dans/cabaretgezelschap dat je gaat bezoeken, recensies van de
voorstellingen die je gaat bezoeken, informatie over een architect/kunstenaar
of over de betreffende kunstdiscipline. Noteer hier minimaal de (precieze!)
links (dus niet: wikipedia of zo) die je hebt bezoekt en geef liefst ook aan
wat voor informatie je er gevonden hebt. Stel zonodig je onderzoeksvragen bij
naar aanleiding van wat je gevonden hebt.
6. Isabel en Tiuri: onderzoeksvorm en presentatie
Noteer hier hoe je je onderzoek gaat uitvoeren en
presenteren. Ga je bijvoorbeeld het publiek en/of de kunstenaar interviewen? Ga
je een workshop volgen? Ga je een powerpoint of prezi tonen of maak je liever
een documentaire? Wil je met de klas een locatie bezoeken (heel tijdig
aangeven!)? Ga je een maquette bouwen of een expositie houden?
7. Isabel en Tiuri: vragen
Heb je ondanks al het bovenstaande nog gerichte
vragen aan je docent? Zit je nog te twijfelen tussen verschillende opties en
heb je behoefte aan advies? Stel dan hier je vragen.
1. Isolde: eerste oriëntatie
Zolang je nog geen vastomlijnd idee hebt over wat je met je
meesterproef wilt doen, kun je hier een aantal interessegebieden noteren. Kijk
goed naar het aanbod van de verschillende kunstinstellingen, theaters,
bioscopen e.d. om inspiratie op te doen. Welke disciplines (toneel, film,
muziek, mode, dans, enz.) zou je in je meesterproef willen betrekken en welke
onderwerpen (bijvoorbeeld oorlog, verboden liefde, eten en drinken, reclame,
reacties van publiek/omwonenden, …) trekken je belangstelling? Je docent en
klasgenoten kunnen reageren en je suggesties doen, als je dat wilt.
2. Isolde: vaststelling van het onderwerp
Uiterlijk in de loop van periode 2 (liefst eerder!) moet je
je definitieve onderwerp hebben vastgesteld. Zorg ervoor dat je onderwerp niet
te algemeen of te vaag is, maar zo precies mogelijk.
3. Isolde: onderzoeksvragen
Als je eenmaal je onderwerp hebt vastgesteld, ga je
een of meer onderzoeksvra(a)g(en) stellen. Wat wordt je centrale
onderzoeksvraag? (bijv. Zijn de werken van Jeff Koons kunst of kitsch? / Is
graffiti kunst of vandalisme? / Waarom raken mensen ontroerd door het werk van
Rothko? / Wat is het effect van muziek bij film? / …) Welke nevenvragen wil je
stellen?
4. Isolde: culturele activiteiten
Welke culturele activiteiten ga je ondernemen voor
je meesterproef? Noteer hier welke voorstellingen je gaat bezoeken (vertel
wanneer je ze gereserveerd hebt) en/of welke andere activiteiten je gaat
uitvoeren (bijv. wandeling langs gebouwen, beeldenroute, bezoek modeshow, …).
Je kunt ook een korte impressie geven van wat je gezien of gedaan hebt.
5. Isolde: onderzoek vooraf
Ga nu eerst op zoek naar informatie die nuttig is
ter voorbereiding van je meesterproef. Hierbij kun je denken aan websites van
het toneel/dans/cabaretgezelschap dat je gaat bezoeken, recensies van de
voorstellingen die je gaat bezoeken, informatie over een architect/kunstenaar
of over de betreffende kunstdiscipline. Noteer hier minimaal de (precieze!)
links (dus niet: wikipedia of zo) die je hebt bezoekt en geef liefst ook aan
wat voor informatie je er gevonden hebt. Stel zonodig je onderzoeksvragen bij naar
aanleiding van wat je gevonden hebt.
6. Isolde: onderzoeksvorm en presentatie
Noteer hier hoe je je onderzoek gaat uitvoeren en
presenteren. Ga je bijvoorbeeld het publiek en/of de kunstenaar interviewen? Ga
je een workshop volgen? Ga je een powerpoint of prezi tonen of maak je liever
een documentaire? Wil je met de klas een locatie bezoeken (heel tijdig
aangeven!)? Ga je een maquette bouwen of een expositie houden?
7. Isolde: vragen
Heb je ondanks al het bovenstaande nog gerichte
vragen aan je docent? Zit je nog te twijfelen tussen verschillende opties en
heb je behoefte aan advies? Stel dan hier je vragen.
1. Jaap en Robbert: eerste oriëntatie
Zolang je nog geen vastomlijnd idee hebt over wat je met je
meesterproef wilt doen, kun je hier een aantal interessegebieden noteren. Kijk
goed naar het aanbod van de verschillende kunstinstellingen, theaters,
bioscopen e.d. om inspiratie op te doen. Welke disciplines (toneel, film,
muziek, mode, dans, enz.) zou je in je meesterproef willen betrekken en welke
onderwerpen (bijvoorbeeld oorlog, verboden liefde, eten en drinken, reclame,
reacties van publiek/omwonenden, …) trekken je belangstelling? Je docent en
klasgenoten kunnen reageren en je suggesties doen, als je dat wilt.
2. Jaap en Robbert: vaststelling van het onderwerp
Uiterlijk in de loop van periode 2 (liefst eerder!) moet je
je definitieve onderwerp hebben vastgesteld. Zorg ervoor dat je onderwerp niet
te algemeen of te vaag is, maar zo precies mogelijk.
3. Jaap en Robbert: onderzoeksvragen
Als je eenmaal je onderwerp hebt vastgesteld, ga je
een of meer onderzoeksvra(a)g(en) stellen. Wat wordt je centrale
onderzoeksvraag? (bijv. Zijn de werken van Jeff Koons kunst of kitsch? / Is
graffiti kunst of vandalisme? / Waarom raken mensen ontroerd door het werk van
Rothko? / Wat is het effect van muziek bij film? / …) Welke nevenvragen wil je
stellen?
4. Jaap en Robbert: culturele activiteiten
Welke culturele activiteiten ga je ondernemen voor
je meesterproef? Noteer hier welke voorstellingen je gaat bezoeken (vertel
wanneer je ze gereserveerd hebt) en/of welke andere activiteiten je gaat
uitvoeren (bijv. wandeling langs gebouwen, beeldenroute, bezoek modeshow, …).
Je kunt ook een korte impressie geven van wat je gezien of gedaan hebt.
Abonneren op:
Posts (Atom)